Introductie

© Cleo Campert

Remco Campert

Remco Campert (1929) is dichter, romancier en columnist. Voor zijn poëzie ontving hij onder meer de Reina Prinsen Geerligsprijs, de Poëzieprijs van de gemeente Amsterdam, de Jan Campertprijs, de P.C. Hooft-prijs en De Gouden Ganzenveer. In 2015 werd hij bekroond met de Prijs der Nederlandse Letteren. De vader van Remco Campert was de dichter Jan...Lees meer

Biografie

Remco Campert (1929) is dichter, romancier en columnist. Voor zijn poëzie ontving hij onder meer de Reina Prinsen Geerligsprijs, de Poëzieprijs van de gemeente Amsterdam, de Jan Campertprijs, de P.C. Hooft-prijs en De Gouden Ganzenveer. In 2015 werd hij bekroond met de Prijs der Nederlandse Letteren. De vader van Remco Campert was de dichter Jan Campert, die ‘Het Lied der Achttien Dooden’ schreef, zijn moeder de actrice Joeki Broedelet. Voorjaar 1950 richt Remco Campert met Rudy Kousbroek het tijdschrift Braak op. In juli van hetzelfde jaar wordt de redactie uitgebreid met Lucebert en Bert Schierbeek. Na het verschijnen van de bloemlezing Atonaal in 1951, onder redactie van Simon Vinkenoog, worden de daarin opgenomen dichters onder wie Gerrit Kouwenaar, Jan G. Elburg en Hugo Claus, aangeduid als de Vijftigers.
Remco Camperts verhalen en romans worden gewaardeerd door een groot publiek en boeken als Het leven is vurrukkulluk (1961) en Tjeempie! of Liesje in luiletterland (1968) staan nog steeds op de leeslijsten.
In 1976 ontvangt hij de P.C. Hooftprijs voor zijn poëzie: ‘Het hele poëtische oeuvre van Remco Campert overziend, is de jury onder de indruk gekomen van de persoonlijke kroniek van de jaren 1950-1970 die erin is neergeschreven. De hachelijke en belachelijke feiten van deze levensperiode zijn door de dichter onvergetelijk geboekstaafd.’
Van 1989 tot 1995 leest Campert met Jan Mulder en Bart Chabot in theaters voor uit eigen werk. Van 1996 tot 2006 schrijft Campert samen met Mulder een gezamenlijke column op de voorpagina van de Volkskrant, CaMu. Sinds 2012 heeft hij in deze krant een eigen wekelijkse column en daarnaast zijn ‘Somberman’, over het gelijknamige personage dat hij voor het eerst opvoerde in Somberman’s actie, het Boekenweekgeschenk van 1985. In 2004 verscheen Een liefde in Parijs, zijn eerste roman in meer dan tien jaar, die zeer lovend werd besproken en uitgroeide tot een grote bestseller. Het Parool schreef: ‘Hier is de meester aan het werk.’ In 2006 volgde Het satijnen hart, een weemoedig portret van een schilder die tot op hoge leeftijd niet kan kiezen tussen liefde en kunst.
De afgelopen vijf jaar verschenen onder meer de roman Hôtel du Nord (2013), de dichtbundels Licht van mijn leven (2014, met litho’s van Ysbrant) en Verloop van jaren: 40 poëtische notities (2015). Het fotoboek De ziel krijgt voeten (2013), maakte hij met zijn dochter Cleo Campert. Zijn verzamelde columns voor de Volkskrant zijn te lezen in Het verband tussen de dingen ben ik zelf (2012), Te vroeg in het seizoen (2014), Vandaag ben ik een lege kartonnen doos (2015), Zonder roken bij mij geen poëzie (2016) en Somberman op drift (2016). In 2016 verscheen eveneens Campert & Campert, een bundeling van alle stukken van Remco én zijn vader Jan Campert in Elsevier. Recent verscheen de dichtbundel Open ogen (2018). In voorbereiding is de bundeling van zijn columns over poëzie. Deze zal in juni verschijnen onder de titel Campert kiest, de gedichten kiezen Remco Campert. Ook de biografie van Remco Campert, door Mirjam van Hengel, is nog in voorbereiding. Deze biografie zal in september verschijnen onder de titel Een knipperend ogenblik.
Kees Fens over Nieuwe herinneringen van Remco Campert

College Tour met Remco Campert

Nacht van de Pöezie 2014