Nieuws / Speech Arjen van Veelen over Nederzettingen van Sanneke van Hassel

19.02.2020

Speech Arjen van Veelen over Nederzettingen van Sanneke van Hassel

Deze speech werd uitgesproken door Arjen van Veelen op de Rotterdamse boekpresentatie van de verhalenbundel Nederzettingen van Sanneke van Hassel, en behandelt specifiek de Rotterdamse elementen in de bundel.

———————————

Sanneke van Hassel, ik zeg het maar meteen, je hebt een boek geschreven met een stel ijzersterke verhalen. Een echt bóek, ook, geen bundel. Alle verhalen cirkelen rond dezelfde menselijke verlangens, enerzijds het verlangen naar een thuis, anderzijds het verlangen naar een ander leven – het verlangen om, zoals de reiger in één van de verhalen, de vleugels te spreiden en met korte krachtige slagen weg te vliegen.
Enfin, Nederzettingen is dus echt een eenheid, en prachtig; maar is het nou ook een echt Rotterdáms boek? Daar heb ik dan weer grote twijfels over.
Ik had het grote voorrecht om een vooruitexemplaar van Nederzettingen te mogen lezen. Een printversie, nog zonder dat prachtig gele, melancholieke gingko-blad op het omslag. En ik begon te lezen tijdens een internationale treinreis vanuit Rotterdam naar Hamburg. De reis ging via Amsterdam, tja, en vanaf daar boemelde de internationale trein nog langs Apeldoorn, Almelo, Osnabrück… Ik zal niet alle haltes opnoemen, het gaat nu om de vraag: werkt Nederzettingen ook in Bad Bentheim? Of in Bremen? Of in…
Het antwoord: jazeker, Nederzettingen staat of valt niet met Rotterdam. Vergis je niet. Het decór is ontleend aan deze stad. Er is bijvoorbeeld een poëtisch verhaal over een kluizenaar die leeft in een stadsbos. Dat bos ligt niet toevallig naast een plas. En er is sprake van een Fazantenlaantje. Bingo, het Kralingse bos vereeuwigd in de literatuur.
En ja, in het verhaal ‘Landverhuizen’ is sprake van een zeker Hotel New York. En van een “brug uit de jaren negentig, met pijlers als vrouwenbenen, hoog boven hen gespreid”. Maar is het daarmee een Rotterdams verhaal? Nee. Het verlangen van de hoofdpersoon is universeel. Hij droomt ervan om de moed te vinden om te verhuizen, net zoals zijn pa ooit deed — maar dan niet naar een ander land, maar naar een ander leven.
Maar toch. Het gebeurt niet zo vaak, Rotterdam in de literatuur. Dus je zou er bijna chauvinistisch van worden, zoals de laatst tijd ook hier in de mode is geraakt, gezien al die T-shirts met ‘010 isn’t just a code’, en gezien de Pleurt ’t in me tassie-tassies.
Als er nou één ding Rotterdams is – of zou moeten zijn – is het de blik voorbij dit benauwde geneuzel.
Zoals Bordewijk in Karakter één van zijn personages ergens laat zeggen:
“Rotterdam vind ik ònze stad. Juist omdat ze niet speciaal Nederlandsch is. Amsterdam is onze nationale stad, Rotterdam onze internationale. Ik voel voor het internationale, daarom voel ik voor deze stad.”
Is de taal dan misschien typisch Rotterdams? Er staan sterke beelden in Nederzettingen. Zoals twee bange straatschoffies die ineenduiken als “schildloze schildpadjes”. En er staan levenswijsheden in. Ik citeer:
“Bij echt weggaan hoorde misschien wel dat je aan niemand iets uitlegde, ook niet aan jezelf.… Als je wist waarom je vertrok, dan was je er nog een beetje, dan bleef je verbonden.”
Maar is er iets Rotterdams aan een sterke vergelijking of aforisme? Nee, dat is gewoon goed schrijven.
Misschien zou je het Rotterdams kunnen noemen om over gewone mensen te schrijven in gewone situaties. Zoals het stel dat aan hun huis klust en ruzie maakt. De vrouw die ’s avonds te moe is om op Marktplaats te zoeken naar een betaalbaar kinderstepje.
Er wonen veel gewone mensen in Rotterdam. En tegelijk is Rotterdam een extreme stad. Nog altijd de armste onder de grote steden. En de meest rechtse. Rotterdam is geen speeltuin maar een reality check. En die realiteit voedt dit boek.
Maar gelukkig is dit geen boek over Rotterdam. Kijk maar naar het motto voorin het boek, ontleend aan een preek van dominee Martin Luther King. “The good neighbor looks beyond the external accidents and discerns those inner qualities that make all men human and, therefore, brothers.”
We zijn allemaal buren, broeders en zusters, we zijn allemaal mensen. Al is het tegenwoordig in de mode om vooral verschillende identiteiten te zien. Al is het tegenwoordig ook in sommige literaire kringen in de mode om te denken dat je alleen mag schrijven over personages die op jouzelf lijken. Van Hassel doet niet mee aan die flauwekul. Ze kruipt even makkelijk in de huid van zichzelf als in die van een Kaapverdiaanse buschauffeur, ze spreekt zijn taal, letterlijk. En ze laat die buschauffeur weer in het hoofd van een oudere vrouw kruipen, die bij hem in de bus stapt.
Dat verhaal raakte me misschien wel het meest. Misschien omdat buslijn 32 er in een flits in voorkomt, naar Overschie, waar ik opgroeide. Of misschien omdat buslijn 174 er in voorkomt, van Rotterdam naar Delft. Mijn oma woont langs die lijn. Ze had zomaar bij chauffeur Van Hassel in kunnen stappen en kunnen peinzen over de weilanden die plaats maakten voor nieuwbouwwijken. Zo belangrijk dat dit veranderend landschap de literatuur heeft gehaald. De grachtengordel is al voldoende beschreven, maar Berkel of Bergschenhoek?
Dus zo las ik in de internationale trein naar Hamburg over bushaltes me namen als Weg en Land, Akropolis, Venus, Planetenweg…. Ik zal niet alle haltes opnoemen, maar hoe lokaal die namen ook waren, toch ontvouwde zich een groter verhaal. Over een mens, die zich schik in zijn lot. Het Engelse settlement betekent niet alleen nederzetting maar ook schikking.

In dit geval betrof het toevallig een Kaapverdiaan uit Rotterdam, maar het had iedereen kunnen zijn.
Tot slot: Rotterdam is een stad van daden, geen woorden, zegt men. Maar gelukkig is dit geen Rotterdams boek. Deze verhalen gaan over meer over gedachten dan over daden. Gelukkig maar. Want juist onze gedachten beslaan nu het grootste gedeelte van ons leven, de daden zijn vaak bijzaak.
“De mensen zijn verre eilanden”, laat Van Hassel de chauffeur denken, “maar je weet nooit, misschien voelen ze het wel als je je hand opsteekt, groet, een beweging hun kant op maakt.
Van Hassel groet de mensheid. En ik neem mijn pet af.

Meer over de auteur

Sanneke van Hassel

Tien jaar lang werkte Sanneke van Hassel (1971) bij toneelgezelschap ’t Barre Land voordat ze in 2005 debuteerde met IJsregen. Deze verhalenbundel werd geprezen om de licht absurdistische sfeer, de poëtische stijl en de aandacht voor details. Het boek werd genomineerd voor de Vrouw en Kultuur debuut prijs 2005 en voor de Selexyz debutantenprijs 2006....

Sanneke van Hassel

Meer nieuws