Introductie

© Steye Raviez

Jan Wolkers

Jan Wolkers (1925) groeide op in een gereformeerd middenstandersgezin. In 1943 dook hij onder in Leiden en studeerde aan de Leidse schilderacademie. Na een periode aan de Haagse Academie van Beeldende Kunsten, studeerde hij van 1949 tot 1953 beeldhouwkunst aan de Rijksacademie van Beeldende Kunsten in Amsterdam. In 1957 ging Wolkers op uitnodiging van de...Lees meer

Biografie

Jan Wolkers (1925) groeide op in een gereformeerd middenstandersgezin. In 1943 dook hij onder in Leiden en studeerde aan de Leidse schilderacademie. Na een periode aan de Haagse Academie van Beeldende Kunsten, studeerde hij van 1949 tot 1953 beeldhouwkunst aan de Rijksacademie van Beeldende Kunsten in Amsterdam. In 1957 ging Wolkers op uitnodiging van de Franse regering een jaar bij de beeldbouwer Zadkine in Parijs werken. In datzelfde jaar begint hij te schrijven: 'De verschrikkelijke sneeuwman' is zijn eerste verhaal.

Wolkers publiceerde verhalen in Podium, Tirade, Hoos, De Gids, Merlyn en Podium. Zijn eerste verhalenbundel Serpentina’s Petticoat (1961) werd met gemengde gevoelens ontvangen. De bundel veroorzaakte zowel een schok van bewondering als van afgrijzen. Zijn roman Een roos van vlees wekte al evenveel opschudding. In een snel opeenvolgend tempo verschenen onder andere titels Kort Amerikaans, Terug naar Oegstgeest en Turks fruit. Alledrie deze romans zijn verfilmd.

De doodhoofdvlinder uit 1979 was het eerste boek van Wolkers dat bij De Bezige Bij verscheen. In 1980 verhuisde hij naar Texel waar hij schrijft, maar zich voornamelijk toelegt op zijn schilder- en beeldhouwwerk. Vanaf zijn eiland spuwde hij vuur op menig Nederlands literatuurcriticus. Hij weigerde in 1982 de Constantijn Huygensprijs omdat zijns inziens deze uiting van erkenning te laat kwam. Prijzen weigeren zou Wolkers vaker doen; na in 1982 de Publieksprijs niet in ontvangst willen nemen, zei hij in 1989 geen prijs te stellen op de P.C. Hooftprijs. Volgens Wolkers was de prijs te vaak aan de verkeerde schrijvers uitgedeeld. Pas in 1991 besloot Wolkers een hem toebedeelde onderscheiding te accepteren, de Busken Huetprijs voor zijn essaybundel Tarzan in Arles.

In 1994 volgde Rembrandt in Rommeldam, een essaybundel over het lezen van boeken, over schilderijen, over tuinen en over erotiek in de beeldende kunst. In 1996 verscheen de derde essaybundel Mondriaan op Mauritius. In hetzelfde jaar verscheen een essay over John Keats, Icarus en de vliegende tering, in een luxe editie. Meer essays verschenen in 2000 onder de titel Wolkers in Wolkersdorf, ter gelegenheid van Wolkers' 75-ste verjaardag. In datzelfde jaar verscheen de dichtbundel Jaargetijden. Met het verschijnen van de grote bundeling van de poëzie die Wolkers in de afgelopen jaren schreef onder de titel Wintervitrines openbaarde hij zich in 2003 in volle glorie als dichter.

Eind 2003 verscheen De achtertuin, het boek dat hoort bij de televisieserie en dat prachtig werd geïllustreerd met tekeningen van Bob en Tom Wolkers. In 2005 verscheen Ach, Wim, wat is een vrouw?, een verzameling brieven, en in hetzelfde jaar verschenen twee uitgaven van zijn dagboeken: Dagboek 1969 en Dagboek 1974.

Op vrijdag 19 oktober 2007 overleed Jan Wolkers, een week voor zijn 82ste verjaardag, in zijn huis op Texel. In de jaren daarna verschenen verschillende uitgaven van zijn dagboeken uit 1967, 1970, 1971, 1972, 1975 en 1976.

19 oktober 2017, op de tiende sterfdag van Jan Wolkers, verschijnt het langverwachte Het litteken van de dood, de indrukwekkende biografie van Onno Blom over de beeldhouwer-schilder-schrijver, over het rebelse leven van een van de meest geliefde kunstenaars van Nederland.