Jan Arends

Jan Arends

Jan Arends

Jan Arends (1925-1974) schreef een klein oeuvre dat bestaat uit een proza en poëzie. Op de dag dat zijn bundel Lunchpauzegedichten verscheen, pleegde hij zelfmoord door uit het raam te springen van zijn kamer aan het Roelof Hartplein in Amsterdam. Arends leed voor een groot deel van zijn leven aan ernstige depressies, waarover hij met Keefman (1972) een van de indrukwekkende getuigenissen schreef. Wanneer hij niet verbleef in in psychiatrische inrichtingen was Arends afwisselend schrijver, copywriter voor reclamebureaus en huisknecht bij oudere dames.

Zowel in zijn proza als in zijn poëzie combineert hij een verstikkende en desolate sfeer met een unieke geestigheid. In autobiografische stukken doet hij verslag van zijn jeugd, onder andere over het katholiek jongensinternaat waar hij vanaf zijn dertiende verbleef. In 1984, tien jaar na zijn dood, werd zijn Verzameld Werk uitgegeven. Het is een monument voor een groot schrijver die bij lezers heftige reacties wist op te roepen. Rudy Kousbroek zei over Arends: Keefman is een boek zoals er maar weinig geschreven worden, en voor een heel oeuvre met het niveau van het titelverhaal of een verhaal als Vrijgezel op kamers zou ik een Nobelprijs geen overdreven beloning vinden.'

Voorjaar 2003 kwam de eerste biografie van Jan Arends uit, getiteld Angst voor de winter. Nico Keuning vulde de vele witte plekken in het leven van Arends met veel invoeling. Daarnaast verscheen dat jaar een uitgebreide herdruk van het verzameld werk onder de titel Vrijgezel op kamers.

Op deze pagina