Introductie

De offers

De offers

Kees van Beijnum

Zijn liefde voor een Japanse vrouw stelt een jonge rechter voor een onmogelijke keuze: blijft hij trouw aan zijn principes, of overtreedt hij de wet om een leven te redden? Tokio, 1946. De Nederlander Rem Brink is een van de rechters van het Tokio Tribunaal waar de grootste Japanse oorlogsmisdadigers terecht staan. Ter afleiding van...Lees meer

Bestel€ 24,90

Over dit boek

Aantal pagina's512
UitvoeringGebonden

Kees van Beijnum (1954) bracht hij het grootste deel van zijn jeugd door in de cafés en hotels van zijn familie op de Amsterdamse Zeedijk. Voordat hij begin jaren negentig besloot zich aan het schrijven te wijden was hij werkzaam in de journalistiek. Zijn eerste boek Over het IJ (1991), een reconstructie van een moord,...

Kees van Beijnum

Samenvatting

Zijn liefde voor een Japanse vrouw stelt een jonge rechter voor een onmogelijke keuze: blijft hij trouw aan zijn principes, of overtreedt hij de wet om een leven te redden?

Tokio, 1946. De Nederlander Rem Brink is een van de rechters van het Tokio Tribunaal waar de grootste Japanse oorlogsmisdadigers terecht staan. Ter afleiding van de machtsspelletjes en voortdurend wisselende allianties van zijn collega’s probeert Brink het hem vreemde en totaal verwoeste land te verkennen. Als Brink de Japanse zangeres Michiko ontmoet, die tijdens de bombardementen op Japan haar ouders heeft verloren, ontluikt er een liefde die niet zonder gevaar blijkt. Gedwongen vertrekt ze naar haar geboortedorp in de bergen, waar vlak daarvoor in stilte gruwelijke oorlogsmisdaden hebben plaatsgevonden. Kees van Beijnum stelt in deze roman onnadrukkelijk maar beslist de vraag naar goed en kwaad, en naar de morele verantwoordelijkheid van het individu.

‘Van Beijnum is er op uit steeds nieuwe schrijfpaden te betreden, hij valt niet terug in de herhaling van eerdere succesboeken. Het is een schrijverschap dat zich meer en meer verdiept.’

. – De Groene Amsterdammer

Ook beschikbaar als

Pers

Kees van Beijnum over structuur

Kees van Beijnum over 'De offers'