Leesclubtip Allard Schröder - Favonius

Eerdere leesclubtips

Leesclubtip Allard Schröder - <em>Favonius</em>

Inleiding

Met Favonius voegt Allard Schröder een nieuwe onvergetelijke roman toe aan de Nederlandse literatuur.

Inhoud

Opvallend aan Schröders werk is dat het iets tijdloos heeft,’ zo schreef NRC Handelsblad over het werk van deze schrijver, die bij het publiek vooral sinds de publicatie van zijn sublieme roman De hydrograaf bekend staat als een prachtige verhalenverteller en uitmuntend stilist.
De held van deze nieuwe roman heet Felix Favonius en is een gelukkig man, maar het lot is wreed en het geluk blijkt broos. Er is weinig voor nodig om zijn bestaan om ver te gooien. Favonius zoekt zijn toevlucht in een dorp waar in opdracht van zijn eigen bedrijf grote sloopwerkzaamheden worden uitgevoerd. De weinige achtergeblevenen zijn excentrieke dromers die zich vastklampen aan hun kleine wereld. ‘Ik moet leren dromen,’ zegt de nuchtere held tegen zichzelf, maar dromen hebben ook hun duistere kanten en kunnen in nachtmerries ontaarden.

Over Favonius

'In Favonius lijkt nadrukkelijk de geest van W.F. Hermans rond te waren… Een uitstekende roman.’ – GPD

‘Schröders schrijfkunst neemt een hoge vlucht… De dubbelzinnigheid, die in het hele boek voorkomt, maakte dat ik niet alleen in de lach schoot om zoveel verlekkerd uitgeserveerde rancune en leegte, maar ook in de personages geïnteresseerd bleef.’ – De Groene Amsterdammer

‘Op vleugels der verbeelding geschreven.’ – Vrij Nederland

'Opvallend aan Schröders werk is dat het iets 'tijdloos´ heeft. Vooral de verhalen in zijn voorlaatste boek worden in een rustig tempo verteld. Hij is niet bang om uitgebreid aandacht te besteden aan stemmingen of aan het weer. In de kritiek is Schröder daarom al met oude of archaïserende schrijvers als Bordewijk, Hotz en Rosenboom vergeleken. En in de verte doet zijn werk aan dat van Willem Frederik Hermans denken, met zijn overdadige symboliek, zijn gebeitelde zinnen, zijn klassieke aanpak en zijn voorkeur voor het fantastische.' - NRC Handelsblad

Allard Schröder

Allard Schröder debuteerde in 1989 met de roman De gave van Luxuria. Een groteske. Dit werd twee later gevolgd door De muziek van de zwarte toetsen.
Met Raaf, zijn eerste roman die bij De Bezige Bij verscheen en bekroond werd met De Halewynprijs, drong Schröder door tot een groter publiek. Hij weet de lezer tot het eind van dit grimmige, zinderende verhaal in spanning te houden en schildert de bizarre lotgevallen van Raaf, zijn ex-vrouw en zijn jeugdvriend met grote, indringende kracht. Daardoor is Raaf een boek zoals er niet veel geschreven worden: van zeer hoog literair niveau en tegelijk adembenemend spannend. 'Met Raaf is hij in de voorste linies van de literatuur terecht gekomen.' schreef NRC Handelsblad bij verschijnen.
Zijn meest recente roman, De hydrograaf, waarvoor Schröder de AKO Literatuur Prijs 2002 ontving, is een wonderlijke roman waarin de wetmatigheden van de zee zich spiegelen in die van de liefde.
De hydrograaf is de geschiedenis van Franz von Karsch, die in het voorjaar van 1905 in Hamburg scheep gaat naar Valparaiso om de wet van de zeegang wetenschappelijk te doorgronden. Maar alle serieuze bedoelingen kunnen niet verhelen dat zijn leven zich in een impasse bevindt, waarvan de uitweg ook niet op zee te vinden is.
Dan zorgt het toeval voor een verrassende wending. Von Karsch verliest zijn belangstelling voor het onderzoek en raakt verstrikt in een web van verwikkelingen.

Naast romans publiceerde Allard Schröder verhalen en schreef hij hoorspelen voor de radio. Hij is redacteur van het literaire tijdschrift De Revisor.

Discussievragen

1. Zou u Favonius een (anti-)held van deze tijd kunnen noemen?
2. Dromen spelen een belangrijke rol in het boek. Hoe heeft de auteur dat aangepakt? Zou het zo kunnen zijn dat het hele boek een droom is? Zo niet dan toch wel het einde?
3. Vita en Favonius zijn beiden bedrogen. Verdiend?
4. 'Burgerroman' staat er op de titelpagina van de roman. Wat kan daarmee bedoeld zijn?
5. Vita 's leven is op een zeker moment een spiegeling van dat van Favonius. Hoe zit dat precies?
6. De taal speelt in Favonius een bijzondere rol. Welke is die en zijn er in het oog lopende stijlverschillen?
7. Jeanne heeft duidelijk masochistische verlangens, maar is ze ook zwak?