Alma en de Meester

In ‘Alma & de Meester’ interviewt de jonge schrijver Alma Mathijsen auteurs van De Bezige Bij. Lees hier de openhartige gesprekken over de kunst van het schrijven, het dagelijkse geploeter, maar ook over de triomf. Een bijzondere serie interviews over een merkwaardig beroep.

Daan Heerma van Voss over de kunst van het schrijven

In ‘Alma & de Meester’ interviewt de jonge schrijver Alma Mathijsen auteurs van De Bezige Bij. Lees hier de openhartige gesprekken over de kunst van het schrijven, het dagelijkse geploeter, maar ook over de triomf. Een bijzondere serie interviews over een merkwaardig beroep.

Daan Heerma van Voss is de auteur van de romans Een zondagsman (nominatie Anton Wachterprijs 2012) en Zonder tijd te verliezen. Hij schrijft voor Vrij Nederland, Das Magazin en De Groene Amsterdammer. Voor de interviewreeks Het Decennium ontving hij in 2012 samen met Daniël van der Meer de journalistieke prijs De Tegel. De Vergeting is zijn eerste roman bij De Bezige Bij.

Daan Heerma van Voss werd wakker zonder herinneringen. Over die dag schreef hij een roman: De Vergeting.

Wist je snel dat dit een boek kon worden?
Ik had er geen moment over nagedacht om hier een boek van te maken. Mijn redacteur zei dat ik hierover moest schrijven. Al vrij snel tijdens het schrijven merkte ik dat het een goed idee was. Het gaat over herinneren. Ik wil de waarde van herinneringen laten zien. Dat intrigeert me.

Is er een verschil tussen eerlijk zijn en dicht bij de waarheid blijven?
Het meest oprechte is misschien niet wat de feiten vertellen. Waarheid verandert tijdens het schrijven. Gaandeweg werd het een verhaal over de liefde. De gebeurtenissen in het boek zijn bijna allemaal werkelijk gebeurd. Maar het is een roman: het boek is in hoge mate gecomponeerd.

In het boek sluit je een verbond met de duivel. Oftewel: je tekent een contract voor dit boek bij de uitgeverij. Waarom die metafoor?
Het was de handigste manier om er iets groots en grotesks van te maken. Het is de ultieme setting. Ik vroeg me natuurlijk af of ik dit kon maken. Uiteindelijk komt het erop neer dat het me niet alles kon schelen of mijn familie en vrienden het erg vonden dat ik ze gebruikte als personages, het boek is belangrijker. Dat is geen filosofie van mij. Ik had het ook niet op kunnen schrijven of kunnen achterhouden. Kennelijk vind ik het kunstwerk belangrijker. Dat verraste me, maar ik stelde het vast: ik schreef het immers. Bovendien vond ik het weer eens tijd om naar Faust te verwijzen.

Wist je direct dat je genoeg materiaal had?
Als ik een idee heb dat na een week meer vragen dan antwoorden oproept, is het een goed idee. Het is intuïtief. Ik stel mezelf die vraag niet.

Dus je twijfelt niet?
De twijfel of het goed genoeg is bestaat wel. Als je heel hard werkt dan zie je dat op een gegeven moment niet meer. Dan word ik angstig en paniekerig. En dan ga ik er nog dieper in. Nog meer schrijven totdat ik tevreden ben. Bij Zonder tijd te verliezen wilde ik het leven laten zien, zonder een verhaal te vertellen, ik had geen houvast in plot. Toen waren er weleens periodes waarin ik dacht: hoe moet dat nou?

Hoe los je dat op?
Gewoon blijven staan en doorgaan. Wat is het alternatief? Ik zal een verhaal nooit opgeven. Omdat ik wil geloven dat ik het altijd kan oplossen. Bij De Vergeting heb ik dat nooit gehad. Ik werkte binnen een heel fijn stramien. Het speelt zich af binnen één dag. Ik vertrouw op intuïtie. In het ergste geval moest ik een scène schrappen.

Hoe ging je te werk?
Ik maak zelden schema’s, zeker niet bij De Vergeting. Met een duidelijke structuur is het moeilijk ruimte te maken voor humor en lichtzinnigheid. Die ontstaan als je niet weet wat je moet schrijven.

Wat heb je geleerd als schrijver in de afgelopen jaren?
Dat ik het toe kan laten. Ik heb meer zelfvertrouwen en zekerheid. Waar ik ook ga zitten, waar ik ook ben, ik kan een goede scène schrijven. Daarbij komt de ervaring dat het altijd is gelukt.

En wat als het een keer niet lukt?
Dat is de moeilijkste gedachte. Zelfs als het waar is dat dat kan gebeuren, is het toch beter om daar niet in te geloven. Je wordt ongelukkig en je werkt krampachtig. Ik kies ervoor om dat niet te geloven.

Laat je werk lezen voordat het af is?
Ik vind het zo moeilijk om al die dingen uit te leggen zodat iemand de lijn begrijpt, dat ik het liever niet doe en zelf alles controleer. Ik heb nooit dat ik niet weet wat ik moet doen. Als ik een keer vast kom te zitten in een scène wil ik dat dezelfde dag in een maniakaal tempo oplossen. Dan vraag ik niet om hulp. Echt goede schrijvers kunnen een perfect manuscript inleveren. Uiteindelijk blijkt altijd dat ik dat niet kan; een grote teleurstelling.

Laat je niemand meelezen?
In een te vroeg stadium wil ik dat niet. Ik ben bang om afhankelijk te raken, of dan denk ik dat ik het niet zonder redactrice had gekund. Een gênant idee. Als het om andere schrijvers gaat, zou ik dat niet vinden. Wie laat meelezen is geen mindere schrijver. Het is een morele lat waar ik anderen niet langs leg, ook niet stiekem. Als ik vroeger angstig was kon ik ook geen hulp verdragen. Om te winnen moet je alleen staan. Met liefde heb ik dat ook, dat voegt veel toe, zeker. Maar het idee dat je afhankelijk wordt staat me tegen.

Is het van belang om zin te hebben in schrijven?
Na vijfhonderd woorden begint het op te vallen. Je merkt het wanneer scènes op de automatische piloot zijn geschreven. Het is een gevaar voor de schrijver dat hij afhankelijk is van zin. Op dagen dat ik niet wil, schrijf ik geen nieuwe scènes. Waar de zin vandaan komt weet ik niet. Uitgerust zijn is echt van belang, een gevoel van rusteloosheid ook, daarentegen.

Hoe ziet een dag waarop je schrijft eruit?
’s Ochtends van halftien tot elf schrijf ik. Daarna ga ik de deur uit om te sporten tot ik heel vermoeid ben. Om een uur kom ik thuis en dan slaap ik tot halftwee. De rusteloosheid van gebruikte spieren zorgen ervoor dat ik wakker word. Tot het avondeten werk ik door. Ik werk kort en fel.

In je werk refereer je een aantal keer aan zinnen van slechte schrijvers. ‘Hij kneep zijn ogen tot spleetjes’ bijvoorbeeld. Waarom?
Ik haat die clichés heel erg. Het is moreel kwalijk. Een massaal gedoogde vorm om iets te zeggen zonder na te denken. Je krijgt die gedachte: ‘hij ploft neer in de stoel.’ Nee, een goede schrijver bedenkt iets nieuws. De wil om clichés te vermijden moet groot zijn.