Dagblad Trouw noemt De eed van Hippocrates van Menno Lievers ‘het meest indringende debuut van het afgelopen half jaar’:

‘De jonge arts-assistent Erik Liefco probeert carrière te maken in een ziekenhuis waar aan de lopende band medische fouten worden gemaakt en collega’s elkaar het licht in de ogen niet gunnen. Zelf wordt Erik eerder door plichtsbesef dan door liefde voor het vak gedreven: hij heeft een broertje verloren en hoopt dit goed te maken door arts te worden. Zijn vriendin Beatrijs, die hij doorlopend bedriegt, heeft weinig vertrouwen in Eriks pogingen en neemt hoe langer hoe meer afstand. Erik worstelt door, drinkt door en vrijt door met allerhande verpleegsters, onderwijl verscheurd door onzekerheid en wroeging, omdat hij zichzelf door een onhandigheid mogelijk met aids heeft besmet.
De val van Hippocrates stelt allereerst vragen bij de beroepsethiek van Nederlandse artsen, die sinds 2003 kunnen kiezen tussen de eed van Hippocrates en een nieuwe eed, die meer aansluit bij de huidige medische praktijk. Ook de politiek wordt aan Lievens scherpe blik onderworpen. En toch gaat dit debuut over hypocrisie, falend leiderschap en de daaruit voortvloeiende fouten uiteindelijk vooral over schuld: Erik wordt, terwijl de grens tussen droom en werkelijkheid vervaagt, een soort Christus die anderen probeert te redden maar tot slot zelf de rol van zondebok op zich moet nemen. Een beklemmende, zwarte roman, een boek om een paar dagen kapot van te zijn.’